Eetstoornissen en het schoonheidsideaal

Bron : Helix jaargang 14, nummer 3 nr.16 (http://www.biol.rug.nl/helix/helix143/helix143.pdf)

Eetstoornissen en het Schoonheidsideaal Trynke de Jong
Worden eetstoornissen veroorzaakt door het slankheidsideaal van de moderne samenleving?
Dat was dit jaar het onderwerp van de Aletta Jacobs-lezing, een gelegenheid waarbij een vrouwelijke wetenschapper in navolging van die eerste Nederlandse studente iets vertelt over haar onderzoek. De spreekster was Anita Jansen, bijzonder hoogleraar aan de faculteit der psychologie van de Universiteit van Maastricht. Haar contrareferent was Alkeline van Lenning, universitair docent genderstudies aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant. Beiden gaven zij hun visie op deze nog onbeantwoorde vraag. Trynke de Jong

Er bestaan verschillende eetstoornissen. Wellicht de bekendste stoornis is anorexia nervosa,waarbij de patiënt tenminste 15 % gewichtsverlies heeft en een intense angst bezit om aan te komen. Dit leidt tot amenerroe (geen mentruatie meer) en in 10 % van de gevallen tot de dood. Een andere bekende aandoening is bulimia nervosa. Bulimiapatiënten hebben last van ongecontroleerde eetbuien, maar nemen daarnaast veel maatregelen om het lichaamsgewicht te controleren. Ze gaan bijvoorbeeld braken of nemen laxeermiddelen. Deze ziekte lijkt op een derde stoornis die pas sinds kort als zodanig wordt erkend: het ‘binge eating syndrom’. Mensen die hieraan leiden hebben vreetbuien, maar houden in tegenstelling tot mensen met bulimia het lichaamsgewicht niet kunstmatig op peil en zij worden als gevolg daarvan te dik. Een laatste categorie eetstoornissen bestaat uit Niet Anderszins Omschreven stoornissen, met andere woorden: ze lijken op bovenstaande aandoeningen maar de symptomen vallen net niet binnen de criteria hiervan.

Is het vóórkomen van eetstoornissen een gevolg van het slankheidsideaal? Zorgen de hyperslanke modellen en playgirls ervoor dat de ontevredenheid over het lichaam bij steeds meer mensen ongezonde proporties aanneemt? Intuïtief nemen veel mensen aan van wel. Er zijn ook een aantal argumenten die voor deze theorie spreken. bijvoorbeeld het feit dat 90 % van de mensen die aan een eetstoornis lijden vrouwelijk is. Het feit dat in de westerse samenleving het slankheidsideaal veel prominenter aanwezig is, en er tegelijkertijd meer mensen met eetstoornissen zijn dan in niet-westerse samenlevingen.Er is een toename van mensen met een eetstoornis terwijl de modellen in de loop van de tijd steeds slanker worden.

Erotomanie
Aan de andere kant kan die gesignaleerde toename in twijfel worden getrokken. De werkelijke aantallen kunnen door allerlei factoren overschat zijn, of meer waarschijnlijk: vroeger onderschat. Datzelfde geldt voor de metingen in westerse en nietwesterse landen. En, nog frappanter: slechts 5 % van de bevolking lijdt aan een eetstoornis! Waarom heeft het slankheidsideaal geen invloed op die andere 95 %? Een ander argument is de aanname dat anorexia en bulimia helemaal niet zulke nieuwerwetse ziekten zijn. In de 16e eeuw waarde bijvoorbeeld de aandoening ‘erotomanie’ rond. Deze liefdesziekte, waar vooral jonge vrouwen aan leden, zorgde ervoor dat zij gedurende lange tijd geen hap meer aten. Erotomanie maakte in de 18e eeuw plaats voor ‘chlorose’, en daar kwam een heuse epidemie van. De (voornamelijk) vrouwen aten niet meer, maar dat kwam niet zo zeer door de liefde als wel door een ‘teveel aan intellectuele ontwikkeling’. Na chlorose kwam nog ‘neurastemie’ (vermagering door zenuwzwakte) en ‘hysterie’, en nu is daar anorexia nervosa.

Zelfkritiek
De oorzaak van eetstoornissen is dus onbekend. In het alom geaccepteerde ‘multicausale model’ spelen biologische, psychische en sociale factoren allemaal een rol, maar niet bij iedereen op dezelfde manier. Zo komen we er niet uit, dacht Anita Jansen, en legde zich toe op één aspect van het model: het feit dat mensen met een eetstoornis en verstoord zelfbeeld hebben. Soms zeer duidelijk (broodmagere anorexia-patiënten vinden zichzelf steevast te dik en kunnen voor iedereen onzichtbare vetbobbels aanwijzen), maar ook in bedektere gevallen. Jansen onderzocht dit verschijnsel door aan willekeurige vrouwen te vragen of zij zich in ondergoed wilden laten fotograferen. Daarnaast vroeg zij de vrouwen of ze zichzelf een rapportcijfer wilden geven en om maximaal vijf aantrekkelijke en vijf onaantrekkelijke lichaamsdelen van zichzelf aan te wijzen en te omschrijven. Ook vroeg ze of de vrouwen regelmatig aan de lijn deden. Het bleek dat de lijners evenveel aantrekkelijke lichaamsdelen opsomden als de nietlijners, maar veel méér onaantrekkelijke lichaamsdelen. De lijners gaven zichzelf gemiddeld een 5,6 terwijl niet-lijners zichzelf een 7,1 gaven. De oorzaak van deze lage waardering was niet terug te voeren op de Body Mass Index (de lengte in cm gedeeld door het gewicht in het kwadraat), want die was in beide categorieën gemiddeld precies gelijk en binnen de gezondheidsnormen. Ook de taille-heupratio was in beide groepen gelijk aan het ideaal van 0,7. Daar zit het hem dus niet in.


Raadselachtig
Om deze vraag op te lossen werd aan de proefpersonen gevraagd om te kijken naar verschillende kunstwerken en deze een cijfer te geven. Het bleek dat de lijners de kunstwerken gemiddeld waardeerden met een 5,3 terwijl de niet-lijners een gemiddelde van 5,9 toekenden. Blijkbaar zijn de lijners kritischer dan niet-lijners. Nog veel raadselachtigere gegevens kwamen aan het licht toen de foto’s van de vrouwen werden getoond aan een forum, bestaande uit mannen en vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Op de foto’s waren de gezichten weggehaald en de forumleden moesten aan de lichamen een cijfer geven. De forumleden gaven aan de lijners gemiddeld een 6,3 en aan de niet-lijners een 6,5. Dat verschil lijkt klein, maar is wel degelijk significant. Blijkbaar is er toch iets mis, maar wat? Jansen kan het antwoord nog niet geven, en gaat door met het bestuderen van de foto’s.

Mannen en vrouwen
Van Lenning houdt er een eigen theorie over het ontstaan van eetstoornissen op na. Volgens haar is het jonge vrouwelijke lichaam te lang een symbool van seksualiteit geweest. Jonge meisjes voelen dat zij in extreme mate als object van de mannelijke blik dienen, en als gevolg daarvan maken zij zichzelf tot object van hun eigen blik. Ze denken: als ik mijn eigen lichaam maar onder controle heb, dan komt de rest vanzelf. Overigens zijn mannen net zo min tevreden over hun uiterlijk als vrouwen: de rapportcijfers liggen bij alle groepen rond de 6,5. Het verschil zit in de reactie op het eigen lichaam: vrouwen willen er wat aan doen, gaan sporten en lijnen, zijn actief ermee bezig. Mannen zeggen dat ze er wel wat aan kunnen doen, maar dat ze het te druk hebben met belangrijkere zaken. Opvallend is dat veel homoseksuele jonge mannen hetzelfde parcours als vrouwen volgen, een aanwijzing dat het probleem niet in de ‘aard’ van vrouwen ligt.

Scalpel Slaves
Een andere gebeurtenis die Van Lenning observeert is de huidige verschuiving in het soort probleem. Terwijl de modellen en playmates in omvang stagneren, heerst er in Amerika een epidemie aan ‘scalpel-slaves’: vrouwen die verslaafd zijn aan plastische chirurgie en steeds meer willen veranderen. Afslanken raakt dus uit, en nieuwe neuzen raken in. Het is allemaal de oorzaak van die eeuwige verlekkerde mannenblik.

Cognitieve therapie
Het genezen van anorexia en bulimia nervosa gaat nog steeds moeizaam. Voor mensen die niet direct een eetstoornis hebben maar wel regelmatig lijnen en een negatief zelfbeeld hebben, kan de ‘cognitieve therapie’ van de Groningse hoogleraar Hofstee helpen. Deze therapie wordt door Jansen als volgt beschreven: Sandra vertelt aan haar therapeut dat ze laatst met haar vriend Rob op het terras zat. De zon schijnt en Rob geniet van de dag. Sandra ziet echter overal mooie meisjes in sexy jurkjes lopen, en merkt dat Rob daarnaar kijkt. Ze wordt somber en jaloers en wil er ook leuk uitzien. Ze wil zelf geen jurkje aan want daar is ze, vindt zij, te lomp voor en dan staat ze voor paal. De therapeut vraagt of ze denkt dat alleen mooie meisjes sexy jurkjes dragen. Dat denkt Sandra inderdaad. De therapeut vraagt waar je een mooi meisje aan kan herkennen. Sandra zegt: aan een platte buik en slanke heupen. Dus, zegt de therapeut, alle meisjes in een sexy jurkje hebben plattebuiken en slanke heupen? Kun je dat bewijzen? Samen met haar therapeut bedenkt Sandra een plan om mooie meisjes in sexy jurkjes op het terras te observeren en te turven. En wat blijkt? Als Sandra wat beter kijkt ontdekt ze bij elk meisje in een sexy jurkje wel een buikje, of net te brede heupen. Ze bekijkt zichzelf ook met andere ogen. Deze therapie helpt, zo melden de cijfers.Er zijn methoden om te meten hoeveel iemand ‘scoort’ op een schaal van eetstoornissen. Mensen die voor de therapie een 3,3 scoorden, scoren een jaar na de therapie een 1,2. (Om te vergelijken: lijners scoren een 2,3, niet-lijners een 0,8.)

Koesteren
Het grootste probleem van anorexia nervosa is dat de patiënten eigenlijk niet willen genezen. Ze koesteren als het ware hun kwaal. Als voorbeeld daarvan vertelt Van Lenning over een gesprek dat ze met een anorectische vrouw had. Of ze ervan af wilde, vroeg ze. Oh ja, dolgraag, antwoordde de vrouw. Ze zou niets liever willen. Op één voorwaarde: ze mocht geen gram, maar dan ook geen gram aankomen.

Terug naar indeling achtergrondsinformatie