EETSTOORNISSEN ZIJN MEER DAN EEN MODEGRIL OF EEN ONTSPOORD DIEET

Interview door Gert Christens DNA-sociocultureel magazine Antwerpen, september 2001 (Bron:http://www.alexianentienen.org/terberken/Problemen/3.1.2%20Modegril%20of%20ontspoord%20dieet.htm)

Als we vaststellen dat jonge meisjes meer en meer roken, alle antirookcampagnes ten spijt, dan kunnen we ons afvragen of dit ook geen middel is om slank te willen zijn. In sommige gevallen blijft het niet bij tijdelijke diëten en goede voornemens maar verglijdt de slankheidwens tot een ware eetstoornis. Wat eetstoornissen precies zijn en hoe we ze kunnen herkennen vernemen we van Prof. Dr. Walter Vandereycken, hoogleraar psychiatrie aan de K.U.Leuven en hoofd van de afdeling directieve therapie van de Kliniek Alexianen te Tienen.

GC: Bij een groot deel van de bevolking is anorexia nervosa welbekend als eetstoornis, maar waarschijnlijk zijn er ook nog anderen.

WV: Je moet een onderscheid maken tussen verschillende types van eetstoornissen. We hebben de klassieke anorexia nervosa of magerzucht. Deze patiënten beperken hun voedselinname uit angst om te verdikken ook als het lichaamsgewicht reeds ver onder het normale niveau ligt. Maar daarnaast bestaat ook een mengvorm van anorexia nervosa. Ook hier staat angst voor verdikken centraal, maar men beperkt zich niet tot alleen vasten of minder eten. Er zijn ook periodes van eetbuien, zelfuitgelokt braken, het gebruik van laxeermiddelen en vochtafdrijvende middelen. Vervolgens is er dan nog de boulimia nervosa die wordt gekenmerkt door het optreden van eetbuien, dit is het in een korte tijdspanne opeten van een grote hoeveelheid voedsel (de smaak speelt geen rol, alleen de hoeveelheid telt), waarbij men het gevoel heeft dat men bij dit alles de controle verliest. De eetbuien gaan gepaard met zelfopgewekt braken, laxeren, vasten of andere methoden om het gewicht binnen de perken te houden. Boulimiapatiënten hebben dus meestal een min of meer normaal gewicht.

GC: Indien u een definitie zou geven van een eetstoornis, waar zou u het accent opleggen?

WV: We kunnen spreken van eetstoornissen als de volgende elementen aanwezig zijn. Ten eerste een overmatig bezigzijn met voeding in het algemeen. Bijvoorbeeld altijd willen weten hoeveel calorieën een bepaald voedingsmiddel nu precies bevat voor men het gaat consumeren. Dit heeft dus niets met zorg om ‘gezonde’ voeding te maken. Ten tweede het fanatiek toepassen van een dieet. Dan denken we aan diegenen die zelfs in gezelschap van vrienden of bij een familiefeest weigeren hun dieet te doorbreken. Zo iets valt natuurlijk op en is dan ook een signaal voor de omgeving. Dat is ook een van de redenen waarom anorexiapatiënten sociale situaties als familiebijeenkomsten of het sameneten met andere mensen in het algemeen gaan vermijden. Hetzelfde soort vermijdingsgedrag zien we ook bij boulimia nervosa, alleen is de achtergrond anders. Een boulimiapatiënt vermijdt eetsituaties omdat zij bang is de controle over het eigen eetgedrag te verliezen en dus overmatig te eten. Ofwel kan zij alleen maar mee-eten als ze daarna ook kan gaan braken (stiekem natuurlijk). Een gemeenschappelijk kenmerk tenslotte van personen met een eetstoornis is hun overmatig bezig zijn met het eigen uiterlijk of gewicht.

GC: Als we aan het beeld van een anorexia nervosa denken brengen we dat dadelijk in verband met een te laag gewicht. Bij boulimia aan een te hoog gewicht. Klopt dit?

WV: Als diagnosecriterium is het gewicht heel misleidend. Anorexiapatiënten bijvoorbeeld zullen hun gewicht camoufleren of met truucjes vervalsen als ze weten dat ze gewogen zullen worden. Een goede diagnose steunt veel meer op de houding tegenover gewicht en eten; dat zijn dus psychologische kenmerken, en geen lichamelijke. Dit betekent dus dat men niet graatmager moet zijn om aan anorexia te lijden; dat is een veel voorkomende misvatting. Zoals het foutief is te denken dat boulimie steeds gepaard gaat met overgewicht. Heel wat patiënten met boulimia nevosa zien er zelfs ‘perfect normaal’ uit! Aangezien hun eetbuien (en braken of laxeren) in het geheim gebeuren slaagt deze groep er dus veel langer in om hun probleem voor de buitenwereld te verbergen. We gaan er dan ook van uit dat het heel moeilijk is te schatten hoeveel mensen nu met boulimia nervosa geconfronteerd worden aangezien velen nooit bij hulpverleners terechtkomen.

GC: Is het uitblijven van de maandstonden een criterium voor een diagnose van anorexia nervosa?

WV: Het kan een belangrijk signaal zijn, maar er stellen zich belangrijke problemen bij een correcte interpretatie van de gegevens. In de puberteit is het nogal normaal dat in het begin de maandstonden heel onregelmatig zijn. Bovendien schrijven heel wat artsen bij menstruatieproblemen al te snel de pil voor, wat kunstmatige maandstonden uitlokt. Maar op die manier wordt een mogelijke anorexia nervosa eigenlijk gemaskeerd en dat bemoeilijkt een correcte diagnose. Het uitblijven van de menstruatie kan al vlug optreden nog voor er opvallend gewichtsverlies is. Dit kan te wijten zijn aan eenzijdige voeding, maar ook door te trainen kan men hormoonstoornissen teweegbrengen met het uitblijven van de maandstonden als gevolg. Als conclusie kan men stellen dat het uitblijven van de maandstonden bij meisjes en jonge vrouwen een signaal kan zijn van anorexia nervosa, maar geen zekerheidsteken is.

GC: Is er een verband tussen leeftijd en eetstoornissen, en neemt het aantal gevallen toe?

WV: Het aantal gevallen van eetstoornissen neemt toe in de breedte. Dat wil zeggen ze worden vastgesteld op een steeds jongere leeftijd en ook op een veel latere leeftijd. Er zijn al gevallen bekend van anorexia nervosa op een leeftijd van 10 jaar. Globaal kunnen we stellen dat de piek voor het optreden van de klassieke anorexia nervosa (de ‘vasters’) zich manifesteert tussen de 14 en de 18 jaar. Na 18 jaar zien we dat vooral de anorexia van het gemengde type (met eetbuien en braken) optreedt. Boulimia nervosa komt meestal ook pas vanaf een leeftijd van 16 jaar voor. Een anorexia nervosa bij een volwassen vrouw is dikwijls een heropflakkering van een vroegere niet vastgestelde eetstoornis. Zo zien we dat bij vrouwen tijdens of na een zwangerschap een ‘oude’ eetstoornis terug actief kan worden.

GC: We spreken bij eetstoornissen dikwijls van een negatief zelfbeeld en een verkeerd lichaamsbeeld. Klopt het dat iemand met anorexia nervosa zichzelf als veel te dik ziet terwijl ze in realiteit graatmager is?

WV: We moeten dit nuanceren. Vroeger gingen we ervan uit dat anorexiapatiënten een verstoorde waarneming van zichzelf hadden en dat dit verklaarde waarom ze bleven vermageren. Eigen onderzoek toonde echter aan dat patiënten met een eetstoornis zich wel even correct als anderen kunnen inschatten. Maar als we vragen hoe ze zich voelen, dan zien ze zich inderdaad veel dikker dan ze in werkelijkheid zijn. Het meest interessant is evenwel te vragen naar het ideaalbeeld: hoe zij je er willen uitzien. In een experiment met vervormbare videobeelden vergeleken we ‘normale studenten’ als controlegroep met een groep eestoornispatiënten. Het bleek toen dat ook ‘normale’ meisjes in vele gevallen als ideaal hadden om magerder te willen zijn. Als het ideale lichaamsbeeld sterk afwijkt van het werkelijke beeld dan is dit een bron van frustratie en spanning die ten grondslag kan liggen van een eetstoornis.

 

GC: In het ontwikkelen van eetstoornissen is er een verschil tussen mannen en vrouwen. Wat is de achtergrond daarvan?

WV: In een onderzoek bij jongens van 15-16 jaar - de risicoleeftijd van anorexia nervosa - vonden we verrassend genoeg dat een vierde zichzelf te dik vond. Bij hen komt het echter zelden tot een eetstoornis. Zij zijn eerder geneigd om meer te sporten of te fitnessen om hun gewicht te verminderen en een meer gespierd uiterlijk te krijgen. In tegenstelling tot meisjes gaan ze dus niet op een dieet om te vermageren en ontsnappen waarschijnlijk daardoor aan het risico een eetstoornis te ontwikkelen. Maar ondanks de huidige cultuur van diëten moeten we toch vaststellen dat 90% van de vrouwen nooit een eetstoornis ontwikkelt.

GC: Speelt de huidige trend naar diëten en slankheid dan geen rol?

WV: Ik heb al gesteld dat het probleem van de eetstoornissen toeneemt. Als we echter van dichterbij kijken zien we dat de klassieke anorexia nervosa in aantallen relatief stabiel blijft. Het lijkt er echter op dat anorexia vermengd met eetbuien en boulimia nervosa de laatste decennia sterk is toegenomen. Maar dan enkel in landen waar volgende twee factoren aanwezig zijn: enerzijds een overvloed aan eten en anderzijds het slankheidsideaal voor de vrouw.

GC: Toch ontwikkelt slechts een kleine minderheid van vrouwen een eetstoornis. Door welke factoren loopt men een verhoogd risico op het ontwikkelen van een eetstoornis?

WV: Je moet een onderscheid maken tussen individuele factoren, gezins- en omgevingsfactoren. Bij de persoonlijke factoren zijn vooral een laag zelfbeeld en perfectionisme risicofactoren. Vanuit minderwaardigheidsgevoelens zijn ze erg prestatiegericht en zoeken bevestiging: die krijgen ze dan ook wanneer zij magerder worden. Wat de gezinsfactoren betreft zien we dat wanneer er alcoholmisbruik, depressies of zwaarlijvigheid (deels erfelijk, deels slechte eetgewoonten) in het gezin aanwezig zijn de kans voor het ontwikkelen van een eetstoornis toeneemt. Ten slotte speelt de omgeving een rol, met name milieus waarin een bepaalde lichaamsvorm heel belangrijk wordt geacht; dit is het geval in de sportwereld (denk maar aan de turnsters) en het ballet.

GC: U weerhoudt niet een seksueel trauma in het verleden

W.V.: Een geschiedenis van seksueel of fysiek misbruik kan aanleiding geven tot een heel gamma aan psychiatrische ziektebeelden waar eetstoornissen er één van zijn, maar er is geen unieke oorzakelijke relatie. Globaal zien we dat ongeveer een derde van onze patiënten met eetstoornissen een negatieve seksuele ervaring heeft meegemaakt. In dergelijke gevallen sluit de eetstoornis aan bij het verlangen om sekseloos, niet-vrouwelijk te zijn, of kind te blijven. Met als achterliggende motivatie om zich door vermagering onaantrekkelijk te maken en zo herhaling van een negatieve seksuele ervaring te voorkomen.

GC: Velen zien ook een verband tussen zich slecht voelen en meer eten. Is er een verband tussen depressie en boulimie?

WV: Eetstoornissen gaan vaak gepaard met stemmingsschommelingen. Na een tijd ontstaat er een cirkel: men heeft een eetbui omdat men zich slecht of down voelt en omgekeerd. Als de boulimie onder controle is verbetert de stemming meestal spontaan. Toch kan het nuttig zijn antidepressieve middelen te geven, zeker de nieuwere middelen omdat deze niet alleen de stemming verbeteren maar ook de eetdrang eerder afremmen. Maar zo’n pilletje zal niet het hele probleem oplossen.

GC: Hoe ziet u dan de behandeling van eetstoornissen?

WV: Het uitgangspunt van de behandeling is dat eetstoornissen het leven op allerlei manieren verstoort. Men wordt prikkelbaar, sneller emotioneel; men heeft meer de neiging zich af te zonderen en, zoals ik reeds zei, sociale situaties te vermijden. Cruciaal in de behandeling is te beginnen met het gestoord eetgedrag zelf. Het is zinloos zich dadelijk te richten op de behandeling van de veronderstelde oorzaak (zo men die al kent). Je moet het vergelijken met de behandeling van een man met een alcoholprobleem in combinatie met echtelijke moeilijkheden. Men kan onmogelijk aan de relatie werken en afspraken maken indien de man niet nuchter is of de kater van de vorige dag nog aan het verteren is. De denkpatronen en de gevoelswereld bij eetstoornissen zijn ook verstoord, vandaar dat het eetgedrag en het gewicht (bij anorexia nervosa) terug genormaliseerd moeten worden om weer ‘helder’ te kunnen denken en andere problemen aan te pakken.

GC: Worden eetstoornissen gemakkelijk gediagnosticeerd?

W.V.: Huisartsen zijn er weinig mee vertrouwd, schoolartsen iets beter. Maar ook vele psychologen en psychiaters zijn onvoldoende op de hoogte. Ze zijn dan meestal te weinig concreet in het navragen van eetgedrag en lichaamsbeleving zodat de diagnose van een beginnende anorexia nervosa en – nog vaker – een boulimia nervosa gemist wordt. Ik merkte al eerder op dat het gewicht bovendien zeer misleidend kan zijn. Het valt me op dat het vaak niet-professionelen zijn die een eetstoornis vermoeden bij hun vriendin, partner, dochter, kennis of student.

GC: Het sociaal netwerk speelt dus een belangrijke rol.

WV: Ja, zowel bij het ontstaan als bij de behandeling van eetstoornissen is de sociale omgeving zeer belangrijk. We merken dat bijvoorbeeld kotstudenten gevoelig zijn voor het ontwikkelen van eetstoornissen omdat zij het vertrouwde gezinsmilieu verlaten en in een nieuwe omgeving terechtkomen waar ze nog weinig sociale contacten hebben: ze staan nu zelf in voor hun eten, maar door gebrek aan sociale controle kan het eetgedrag ontsporen. Ook in de behandeling merken we dat de omgeving een positieve invloed kan hebben op het genezingsproces. Zonder steun van die omgeving kom je er meestal niet uit. Met hulp en aanmoediging van de omgeving (gezin, vrienden) kan een tijdig ingestelde behandeling succes hebben. Meer en meer gaan we ook beroep doen op de kracht van de betrokkenen zelf. Vandaar dat we ook gebruik maken van zelfhulphandleidingen waarmee personen met een eetstoornis zelfstandig hun eetprobleem kunnen aanpakken. Toch raden we hen aan dit niet op hun eentje te doen maar minstens iemand in vertrouwen te nemen omtrent hun eetprobleem.

 

Vragen aan Prof. Dr. Vandereycken kan men stellen via het volgende emailadres:
walter.vandereycken@fracarita.org

 

--------------------------------------------------------------------------------

Body Mass Index

Normaal gewicht? De Body Mass Index vertelt het u. Deel uw gewicht (in kilogram) door uw lengte (in meter) in het kwadraat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Het gekregen getal situeert zich best tussen de minimum- en maximumgrens. Als u onder het minimum zit dan spreken we van ondergewicht, boven het maximum spreken we van overgewicht. Tussen haakjes vermelden we de waarden voor het ideaalgewicht. Voor mannen tussen de 20 en de 26. Voor vrouwen tussen de 19 en 25. Deze manier van meten kan natuurlijk geen rekening houden met verschillende factoren, zoals een zware lichaamsbouw, een atletisch getraind figuur enzovoort. Het is dus een indicatie.

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------

WEBSITES over eetstoornissen

http://www.sabn.nl/
De Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa (SABN), een Nederlandse patiëntenorganisatie, heeft een goede site met veel informatie vooral voor patiënten en familie.

http://welcome.to/an-bn
Beperkter is de site van de Vlaamse tegenhanger, de Vereniging AN-BN.

http://www.something-fishy.org
Something Fishy is een van de oudste en meest geraadpleegde Engelstalige sites over eetstoornissen (bestemd voor breed publiek).

http://www.serpell.com/eat.htm
De website van Lucy Serpell rubriceert overzichtelijk wat er zoal in het Engels te vinden is over eetstoornissen op het internet.

 

Lectuur (voorlichting en zelfhulp)

Vanderlinden, J. Anorexia nervosa overwinnen. Een gids voor patiënt, gezin en hulpverlener. Tielt: Lannoo.
Vanderlinden, J. Boulimie en eetbuien overwinnen. Een gids voor patiënt, gezin en hulpverlener. Tielt: Lannoo.
Vandereycken, W. (1996). Eetstoornissen. Over anorexia nervosa en boulimia nervosa. Wormer (NL): Inmerc (België: Maklu, Berchem)