Jongeren die zichzelf lelijk vinden

Jongeren die zichzelf lelijk vinden

Peter is 14. Hij ontloopt zijn vrienden en gaat naar geen enkel feestje. Zelfs naar de bioscoop gaat hij op zijn eentje. Hij isoleert zichzelf vrijwillig. Hij schaamt zich voor zijn gezicht vol puistjes. Anneke van 13 wil niet mee gaan zwemmen. Niet dat Anneke niet graag holt, springt en in het water pletst, maar ze geneert zich voor zichzelf, zo dik als een ton.En dan Gerda, 14 jaar en nogal snel in de lengte gegroeid. Ze durft niet eens op te staan als ze in de bus zit. Volgens haar denkt iedereen : wat een reuzin.
Ze is de tegenvoeter van David van 15 jaar die zichzelf zo belachelijk klein vindt, dat hij ook niet durft opstaan als er andere mensen om hen heen zijn. En dan de meisjes, die zijn allemaal veel groter dan hem. Hij is gedoemd om alleen te blijven.
In de ogen van grote mensen zijn dit allemaal pietluttigheden. Waar maakt zo'n kind zich druk om. De ouders, de vrienden uit de buurt en van de school merken nauwelijks dat er iets aan het veranderen is. Het gaat immers maar heel langzaam. Maar Peter, Anneke, Gerda en David hebben het gevoel dat hun omgeving met een blinddoek om loopt. Ziet niemand dan hoe lelijk ze zijn, hoe gek ze eruit zien. Vreselijk, ze zouden soms in de grond willen zinken.

Verschijnselen

Jeugdpuistjes zijn eigenlijk zo'n algemeen verschijnsel, dat iemand die ze niet krijgt. eigenlijk de grote uitzondering vormt. Ze zijn meestal een gevolg van allerlei ingrijpende veranderingen in het lichaam van de opgroeiende jongere.
Het begin van de puberteit kenmerkt zich erdoor dat verschillende klieren met inwendige afscheiding gaan werken of harder werken. Te hard soms ; het goede evenwicht is er niet altijd onmiddellijk. Dat betekent vb dat er nogal veel huidvet wordt geproduceerd, dat niet zo gauw een uitweg vindt en zich ophoopt in de poriën. Er ontstaan misschien zwarte puntjes die worden uitgedrukt ...een bron van eindeloze ontstekinkjes, die vervelende littekens kunnen nalaten.
Ook de groei in de lengte en in de breedte gaat ineens met forse stoten. Onder invloed van geslachtshormonen vormen zich bij de meisjes de borsten, begint bij de jongens de baardgroei en de stemwisseling en ziet men bij alle twee het oksel en schaamhaar verschijnen.

Op school worden ineens heel andere eisen gesteld dan nog kort voordien in de lagere school. Al die veranderingen maken de opgroeiende jeugd onzeker. Ze kunnen zichzelf eindeloos voor de spiegel bestuderen, urenlang piekeren of zomaar voor zich uit zitten staren. Ze hebben dikwijls het gevoel 'er niet meer bij te horen'. Als een vreemde of iemand uit de omgeving dan nietsvermoedend een opmerking maakt in de trant van' Wat een lange slungel' of 'Wat een klein pummelke', kan dat net dat stootje betekenen tot het volledige isolement, dat toch al dreigde voor het meisje of de jongen die zich zo 'anders' vindt. In hun ogen zijn alle leeftijdgenoten er beter aan toe, hebben die een mooiere huid, zijn slanker of juist gevulder, hebben meer spieren en grotere voeten of juist kleinere, kortom die zijn wel 'normaal'. Als reactie wordt de jongere die zich 'anders' voelt ofwel erg teruggetrokken of juist heel agressief. Soms zie je een combinatie van de twee.

Hoe word je lelijk ?

Gelukkig hebben lang niet alle opgroeiende jonge mensen last van dat probleem. Maar zij die er wel mee zitten, moeten we beschouwen als jongeren in een crisissituatie, die met huid en haar verwikkeld zitten in een dramatisch probleem.


Gelukkig is het probleem voorbijgaand, maar dat beseffen ze helaas niet op dat moment.
Niet. zo voorbijgaand zijn de grotere uiterlijke onvolmaaktheden : een hazenlip vb of wijnvlekken. Nu kan plastische chirurgie tegenwoordig heel wat, maar helemaal wegwerken is dikwijls toch onmogelijk. Een jongere die hiermee kampt, zal het dikwijls al vanaf de kindertijd niet makkelijk hebben gehad, een reden temeer om hem/haar veel aandacht en liefde te geven. Dit is niet hetzelfde als overmatig beschermen : de jongere moet juist leren, toch zijn eigen boontjes te doppen en in de omgang met andere mensen een gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen.
Tenslotte is er een groep van jongeren die zichzelf lelijk vindt omdat ze vanaf hun prille kindertijd te horen hebben gekregen dat ze niet aantrekkelijk zijn. Je hebt ouders die daarover publiekelijk heel vervelende opmerkingen kunnen maken. 'Kijk dat meisje daar eens, dat ziet er pas lief en schattig uit. Als ik dat vergelijk met jou...'
Je hebt ouders die zich voortdurend bezorgd maken over het uiterlijk van hun kinderen. Zal hij met die rare weggetrokken kin wel alle kansen krijgen later in het zakenleven. Zal hun dochter met die krankzinnig grote handen later wel een jongen kunnen behagen ?
Een opmerking als 'Jij bent ook niet gezegend door moeder natuur', kan voor een kind de deur toedoen. Onnadenkende kletspraatjes over haar of zijn uiterlijk kunnen een jongere meer verdriet doen dan we zo oppervlakkig denken. Een begeleider noemde een mollig meisje ooit een beetje schertsend 'aubergine'. Het arme kind is er dagen niet goed van geweest.

Wat doe je ertegen ?

Plagen, kleineren, bagatelliseren, dat helpt onzekere tieners beslist niet om over hun lelijkheidcomplex heen te komen. Om opmerkingen in de geest van ' sta toch niet zo voortdurend voor de spiegel' zitten ze evenmin te vragen. Of 'jij hebt toch bijna geen puistjes' terwijl iedereen ziet dat de persoon vol staat is niet geschikt.
Veel beter is een beetje uitleg te geven over de grote lichamelijke veranderingen de geslachtshormonen die gaan werken, het verstand dat zich verder ontwikkelt, de groei van de ledematen en de spieren, van vetweefsel en beharing. De veranderingen betekenen immers dat de jongere stap voor stap groeit naar de meestal veel begeerde harmonieuze volwassen gestalte. Tieners kunnen ook doodongelukkig zijn over hun lengte of juist over hun gebrek daaraan. Een gesprekje over familietrekken, over je eigen situatie, over groei die niet voor iedereen op hetzelfde moment plaatsvindt kan helpen om weer met beide voeten op de grond te komen.

Vooral belangrijk is de jongere zelf aan het woord te laten, te laten vertellen over zijn/haar problemen en te troosten zo goed en kwaad het kan. Je kan helpen om juist de vele positieve eigenschappen te zien. Je kan vertellen dat bij relatievorming het lichamelijke wel belangrijk is, maar dat er vaak veel meer en vooral ook niet lichamelijke eigenschappen bijkomen die de betrokken persoon misschien wel bezit (vb. luistervaardigheid, behulpzaamheid,... ) Je kan ook vertellen dat ze heus niet de enige zijn met deze problemen en dat het bij zeer vele jongeren voorkomt. Tenslotte kan je bij de hele groep jongeren via groepsgesprekken wijzen op hun geheime processen van 'lelijk maken' en de gevolgen hiervan voor de persoonlijke ontwikkeling. Het is bijvoorbeeld eigenaardig dat als je het iemand vraagt, zelfs iemand die objectief gezien er zeer aantrekkelijk uitziet, iedereen wel ergens over ontevreden is, vb een te kleine of grote neus, een klein moedervlekje. Niet zozeer het lichamelijk afwijkend zijn maar je eigen houding ertegenover en de verwerking ervan speelt een grote rol.
(Bron Humo, jg 1981, Cursus Ontwikkelingspsychologie. G.Gielen. HIK OSP Geel 1999, Praktische pedagogiek, KHLim, dept. SAW G.Gielen)

Terug naar indeling achtergrondsinformatie