De marktwaarde van een knap gezicht

Jeanne Doomen Marion Schiphorst (Bron :http://www.jeanne-doomen.net/volkskrant/schoonheid.html)

Schoonheid is onbelangrijk, zeggen vriendelijke mensen die onaantrekkelijke mensen willen opbeuren. Het gaat erom of je aardig bent, geestig en invoelend. Een mooi gezichtje, een goed figuur, wat koop je ervoor? Een goed hart, een opgeruimd karakter, dat zijn de zaken die tellen. En natuurlijk is dat waar. Maar toch hebben de vriendelijke sprekers ongelijk.

In Het recht van de mooiste toont de aan de Harvard Medical School verbonden psychologe Nancy Etcoff aan dat schoonheid er wel degelijk toe doet. Het uiterlijk, stelt zij, is het meest publieke deel van het zelf. We nemen het uiterlijk van anderen waar en in een fractie van een seconde stellen we vast of we die ander aantrekkelijk vinden. Of dat zo is toetsen we aan een ideaalplaatje van de menselijke gedaante dat in onze hersens is gegrift. En vervolgens verbinden we er consequenties aan.

 

Schoonheid brengt het goede in anderen boven. In een psychologisch onderzoek kregen 75 mannelijke studenten foto's van vrouwen te zien. Sommigen waren heel aantrekkelijk, anderen minder. Ze kregen de opdracht er iemand uit te halen voor wie ze graag een van de volgende dingen zouden doen: meubels versjouwen, geld uitlenen, bloed geven, een nier afstaan, anderhalve kilometer zwemmen om haar te redden, haar uit een brandend gebouw halen of zelfs zich op een door een terrorist geworpen handgranaat werpen. Voor een mooie vrouw deden de mannen alles. Het enige wat ze met tegenzin deden was haar geld lenen.

 

Knap uitziende mensen krijgen bij een woordenwisseling vaker gelijk en weten anderen gemakkelijker van hun zienswijze te overtuigen. Hierbij speelt ook mee dat aantrekkelijke mensen sociaal meer op hun gemak zijn en meer neigen tot assertief gedrag. In een onderzoek moesten mensen een gesprek voeren met een psychologe. Midden in het gesprek kwam een collega de psychologe storen en deze vroeg de gesprekspartner haar even te excuseren. Als degene met wie het gesprek werd gevoerd geduldig wachtte, liet men de onderbreking tien minuten duren.

 

Aantrekkelijke mensen wachtten gemiddeld drie minuten en begonnen dan aandacht te eisen. Minder aantrekkelijke mensen wachtten negen minuten. Er bestond geen verschil in hoe de twee groepen hun eigen assertiviteit inschatten. Aantrekkelijke mensen vonden gewoon dat ze recht hadden op een betere behandeling.

 

Over wat we mooi vinden zijn we het betrekkelijk eens. In elke cultuur bestaat een voorkeur voor vrouwengezichten met typische kenmerken van jeugdigheid: bij ons zijn dat grote ogen, een klein ondergezicht met fijne kaken en relatief kleine kin. Bij mannen houden we van een gezicht met brede kaken.

 

Dat mannen in onze westerse cultuur een voorkeur hebben voor blonde vrouwen, is volgens de onderzoekers waar. Het blijkt alleen niet de haarkleur die ze prikkelt. Het is het besef dat bij blond haar een lichte huid hoort en die laat zich makkelijker lezen wat betreft aanwijzingen voor ziekten (bloedarmoede, geelzucht) en seksuele belangstelling en opwinding (blozen en vlekkerigheid). Hersenonderzoeker V.S. Ramachandran veronderstelt dat mannen in de oudheid lichthuidigen kozen omdat die het minst in staat waren hen te bedotten en dat wat toen biologisch gunstig was, is uitgegroeid tot een esthetische voorkeur.

 

Onze ideeën over wat mooi is komen voort uit een ver verleden waarin alles erom draaide dat we ons moesten voortplanten en een partner moesten vinden met wie we daarop de beste kans hadden. Vrouwen met een gave huid, dik glanzend haar, gewelfde tailles en symmetrische lichamen scoorden goed. En dan vooral als ze nog jong waren. De fascinatie met deze vrouwen hebben mannen nog steeds.

 

Interessant is dat hoewel vrouwen wel degelijk oog hebben voor mooie mannen, ze niet alleen kijken of het met de genen wel goed zit. Een vrouw wil ook weten of een man bereid is voor haar en de eventueel verwekte baby te zorgen. Of hij betrouwbaar is speelt een rol, maar ook zijn maatschappelijke positie is van belang.

 

In een onderzoek kregen mensen foto's te zien van mannen en vrouwen die in uiterlijk varieerden van erg knap tot beneden gemiddeld. Er werd bij verteld dat ze in opleiding waren voor een beroep dat slecht, gemiddeld of goed betaald werd (kelner, onderwijzer of arts). Men vroeg de respondenten met wie ze graag een kop koffie zouden drinken, naar bed zouden gaan of zouden willen trouwen. Uiteraard hadden de vrouwen een voorkeur voor de knapste man met het meeste geld. Artsen met een gemiddeld of zelfs onaantrekkelijk uiterlijk kregen echter dezelfde waarderingen als erg aantrekkelijke onderwijzers. Status compenseerde hun uiterlijk. Andersom ging het niet op. Onaantrekkelijke vrouwen waren niet gewild, ongeacht hun maatschappelijke positie.

 

In het slothoofdstuk probeert Etcoff haar bevindingen wat te nuanceren door op te merken dat bijvoorbeeld stem, geur en ja, zelfs een interessant karakter, gebrek aan schoonheid kunnen compenseren. Dat doet echter niet af aan haar conclusie dat aangezien we nu eenmaal zo geprogrammeerd zijn dat schoonheid ons een kick geeft, we ons daar niet tegen moeten verzetten maar de impuls moeten toelaten.

 

We moeten vrouwen ook niet verketteren als ze veel tijd en moeite besteden aan het cultiveren van hun uiterlijk maar onder ogen zien dat vrouwen voor schoonheid worden beloond op een manier waarop hun andere kwaliteiten niet altijd beloond worden. Daar komt volgens Etcoff pas verandering in als vrouwen gelijke juridische en sociale rechten krijgen. Zolang dat niet het geval is, kun je niemand verwijten dat ze zich een goede positie verwerft met de (uiterlijke) middelen die ze heeft en die wel gewaardeerd worden.

 

Het recht van de mooiste is een fascinerend boek. Etcoff legt helder en aan de hand van een keur aan vooral sociaal-wetenschappelijk onderzoek uit hoe de mens in elkaar zit en tot welke consequenties een oeroude programmering kan leiden. Als het boek niet zo geestig was geschreven, zou je van haar conclusies zeer somber worden.

 


JEANNE DOOMEN

Nancy Etcoff: Het recht van de mooiste, De wetenschap van mooi en lelijk;
vertaling Irene Ketman (uit het Engels);
Uitgeverij Contact; 320 bladzijden; f 69,90.
ISBN 90 254 2269 1.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.

 

Terug naar indeling achtergrondsinformatie